Tijdens de algemene vergadering en tijdens de informatiesessies die we vooraf organiseren krijgen we heel wat vragen van betrokken coöperanten. U vindt de meest relevante terug op deze pagina.

cornerDubbel
cornerDubbel

Vragen met (*) zijn van dit jaar of kregen in 2022 een geactualiseerd antwoord.
Vragen zonder (*) zijn vragen van de algemene vergadering van vorige jaren

We zijn nog volop bezig met de verwerking van de inhoudelijke vragen van de afgelopen algemene vergadering, we mikken op 23/4 om ze allemaal online te zetten! De financiële vragen staan er wel al allemaal op.

De vragen zijn onderverdeeld in volgende categorieën:


Pellets en briketten

Als we kijken naar het energieverbruik bij huishoudens, gaat slechts een klein deel naar elektriciteit. Een veel groter aandeel gaat naar transport en verwarming. In het debat over groene energie wil Ecopower inzetten op deze warmtevraag. De keuze voor de pelletfabriek is overigens na ruim debat in de algemene vergadering gemaakt. Het is een element in de transitie naar 100% hernieuwbare energie. Niet voor overal, eerder in het buitengebied, als alternatief voor stookolie, steenkool of houtverbranding. Een pelletketel is een optie om met hernieuwbare energie te verwarmen. Meer informatie en veelgestelde vragen vindt u in ons pelletdossier.

Op het moment van de ontwikkeling van het project was de prijs van pellets hoger en was er een positief businessmodel. Nadien zijn de prijzen omlaaggegaan en de kost van bronmateriaal omhoog. Er is een operationeel verlies van 1,2 miljoen in 2021. We hadden ook verwacht om meer rechtstreeks aan eindklanten te kunnen verkopen. Het huidige model waarbij veel aan groothandels wordt verkocht, lukt niet. Een aangepaste werking wordt in 2022 uitgewerkt.

Ecopower ziet de pelletfabriek als zuivere biomassa, een alternatief voor steenkool, aardolie enz. Het is een kleine fabriek, gericht op huishoudelijke verwarming, waarbij de biomassa maximaal nuttig wordt gebruikt. Houtpellets voor elektriciteitsproductie vinden we niet te verantwoorden. Op CO2-reductie scoort de pelletfabriek bijzonder goed. In 2019 vermeden we met alle installaties van Ecopower 65.000 ton CO2. Daarvan is ruim 28.000 ton toe te wijzen aan de pelletsproductie. 1 kWh uit pellets geeft 22,5 gram CO2-uitstoot. In dat getal zit ook alle transport, productie enz. Ter vergelijking: voor 1 kWh uit windenergie is dat 11 gram CO2 en 1 kWh uit zonne-energie geeft 45 gram CO2-uitstoot.

De uitstoot van fijn stof is een heikel punt. In sommige studies krijgen houtpellets dezelfde uitstoot toegewezen als gewone houtverbranding. Dat is niet correct. Houtpellets zijn een genormeerde brandstof die in een genormeerde ketel of kachel gaat. Het resultaat is een heel zuivere verbranding. Als deze installatie aangevuld wordt met een fijnstoffilter, is er op de uitstoot niets meer aan te merken.

Zonder omhulsel van de pallet, valt het uit elkaar en worden de briketten nat. Het voordeel is dan verloren. Alternatieven met papier of karton zijn ecologisch veel nadeliger: een grote energiekost om te maken en veel waterverbruik. Een systeem met bigbags zou financieel een serieuze meerkost zijn en is ook maar voor sommige mensen aanvaardbaar. Ecopower heeft hier over gedacht, maar (nog) geen betere oplossing gevonden.

De fabriek is heel klein in vergelijking met de houtmarkt. Alle bossen in België en de buurlanden voldoen aan de normen van duurzaam bosbeheer. Standaard gebruikt de fabriek de toppen van de bomen die dienen voor constructiehout. Dat deel is niet interessant voor de zagerijen. Dat kan vlot geleverd worden uit de regio (< 150 km). Afgelopen jaar is er wat veranderd door de komst van een kever, de letterzetter, die bomen ziek maakt waardoor ze afsterven. Nu is er een aanbod van aangetast hout. De aangetaste bomen moeten gekapt worden en zijn niet geschikt voor de zagerijen. Niet alleen is de prijs lager, het is ook interessant omdat het hout droger is. Houtpellets is een deel van de oplossing richting 100% energietransitie, niet in stadskernen maar wel in buitengebied.

Mensen met stookolieketels zijn een doelgroep voor pelletketels. Door een daling van de prijzen is er dus weinig stimulans om over te schakelen. Maar de hoeveelheid mensen die nu al houtpellets kopen, volstaat voor onze kleine fabriek.

Dat doen we niet omdat de kosten die gepaard gaan met ecocheques hoog zijn.

Dit is de reële kost van de houtpellets. Het lijkt er op dat de gehele markt van de pellets naar een hogere prijs gaat.


Financieel

Voorlopig is de natuurlijke aangroei van kapitaal voldoende om alle projecten te financieren. We hadden eind 2021 ruim 20 miljoen euro klaar staan voor de komende investeringen. Waar nodig zullen we een lening nemen, die op enkele jaren kan ingevuld worden met kapitaal. Als we straks toch heel veel en/of grote projecten kunnen realiseren, is een oproep voor extra kapitaal een mogelijkheid. We hebben in feite nog nooit actief campagne gevoerd om kapitaal. Uit enquêtes blijkt hier nog veel potentieel te zijn. Er is ook de mogelijkheid om gebruik te maken van de Europese samenwerking tussen hernieuwbare-energiecoöperaties.

Het gaat over een deel van de zichtrekening die op een specifieke rekening staat die opzegbaar is op een maand tijd. Ruim tijd genoeg voor onze investeringen. Het is als voorbereiding om te vermijden dat er negatieve interesten zouden aangerekend worden. Het gaat dus over een kortetermijnrekening waarop we voor een termijn van maximaal 30 dagen kapitaal parkeren. Dit zijn geen risicobeleggingen.

 Als er subsidies toegekend worden voor installaties die afgeschreven worden (over verschillende jaren in kosten genomen), dan zullen die subsidies over dezelfde periode in opbrengst genomen worden. Dat komt op de rubriek 75.

Er is inderdaad voldoende kapitaal beschikbaar om grote investeringen aan te gaan. Daar ligt ook de absolute prioriteit van Ecopower en het intussen 15-koppige projectteam.

Dit bestaat voor een klein deel uit licenties, het grootse deel zijn certificaten.

Ja, dat kan inderdaad. We deden dit al in het verleden en sluiten dit ook niet uit voor toekomstige projecten, al is er ook veel eigen kapitaal beschikbaar. Coöperanten laten investeren is ons eerste doel. We hebben dus meer investeringsprojecten nodig.

We zijn sterk in het ondersteunen van coöperanten. We kunnen goede afbetalingsplannen afspreken. Daar is geen fonds voor nodig.

Volgende stappen zijn minder eenvoudig. Een systeem moet op lange termijn haalbaar zijn en fair ten opzichte van alle coöperanten. Samen met andere coöperaties onderzoeken we mogelijkheden. Een fonds kan hiervoor een optie zijn.


Windprojecten

Er lopen heel wat vergunningsdossiers. Op onze projectpagina vindt u alle informatie over lopende projecten en hun status. Er zijn ook projecten die nog te pril zijn om over te communiceren, omdat er anders kapers op de kust komen. Dat is niet zoals we het zouden willen. Liever betrekken we de bevolking van in het begin, maar nu moeten we noodgedwongen naar de mensen met een project dat al verregaand vorm heeft. (Zie beroepsprocedures)

Jammer genoeg krijgt bijna elke vergunningsaanvraag voor windturbines te maken met een beroepsprocedure.

Er is een beweging die zich organiseert, van mensen die tegen windprojecten zijn. Dat is zowel in Vlaanderen als in andere landen.

Ons model waarbij de buurt eigenaar wordt van de windturbine zorgt ook voor ondersteuning van de projecten.   

In het ideale geval wordt de communicatie goed op voorhand georganiseerd. Eeklo is een droomvoorbeeld. Hier hebben we geen beroepsprocedures gekend. Die ideale communicatie kan niet meer omdat andere projectontwikkelaars dan gronden in de buurt onder contract brengen en het project overnemen.

Een verbetering is wel dat er nu één omgevingsvergunning moet worden aangevraagd, in plaats van een milieu- én een bouwvergunning. De procedure is steeds zwaarder geworden, de prijs voor het ontwikkelen van een project wordt steeds hoger.

Voor elk windturbineproject worden grondige studies gedaan. De milieu-impact zit daar bij. Het zijn die grondige studies die bepalen of bomen kappen te verantwoorden is of niet.

Als het om een kwetsbare zone gaat, zal compensatie moeilijker te realiseren zijn. Soms kan een open ruimte in een bos kappen, tot een ecologische meerwaarde leiden. Het zijn ook geen hectaren bos die gekapt worden, maar eerder kleinere plekken. In elk geval moet elke gekapte boom gecompenseerd worden op een andere locatie. Voor een project op industrieterrein is de kans op een positieve beoordeling – dat het kappen van bomen met compensatie te verantwoorden is – eerder groot.

We hebben momenteel 10 MW aan zonnepanelen. Dat is een derde van de investering in windturbines en het is dus zeker geen kleine investering. We investeren als er voldoende rendabiliteit is. Voor de komende jaren staan er zeker nog heel wat investeringen op stapel.

Het idee om nabij een wijk een kleinere buurtwindturbines te zetten, valt niet uit te sluiten, maar is bijzonder moeilijk. Vooral meer in het binnenland, omdat er weinig wind is. Ook daar zal er rekening moeten gehouden worden met geluid en schaduw. Zo een project vergt wellicht evenveel tijdsinvestering als een grotere windturbine. De eerste mogelijkheden zijn wellicht op plaatsen waar er veel verbruik is, bv. dicht bij een landbouwbedrijf.

Ecopower onderzoekt de mogelijkheid om deel te nemen aan de aanbesteding van volgend jaar voor het bouwen van windturbines op zee. Omdat dit grotere projecten zijn waarvoor veel kapitaal nodig is, met mogelijk nogal wat risico, zal hiervoor samengewerkt worden met andere partners. Er is recent een consortium van alle hernieuwbare-energiecoöperaties in België dat hiervoor samenwerkt. Daarvoor is op 15 april een gezamenlijk investeringsbedrijf opgestart.

In principe hebben windturbines een levensduur van 20 jaar. Ook de vergunningen waren vroeger voor 20 jaar. Sommige windturbines zullen mogelijk vroeger vervangen worden door grotere installaties, andere krijgen een verlenging van de vergunning en kunnen nog een aantal jaren extra draaien – zolang ze technisch in orde zijn.

Elk vergunbaar en rendabel windproject willen wij graag onderzoeken. In de praktijk is de ontwikkeling van verticale-as-turbines (waaronder spiraalturbines) trager dan de bekendere horizontale-as-turbines. De vermogens zijn op dit moment dikwijls kleiner en het rendement lager.

In Oost-Vlaanderen investeert Ecopower volop. Recent nog in de bijkomende windturbine in Eeklo. In West-Vlaanderen heeft Ecopower een turbine in Gistel. Met de strenge vergunningsregels is het daar niet evident om bijkomende investeringen te doen in wind.

De oude turbines in Eeklo zijn afgebroken en verkocht om ze te herstellen en elders op te bouwen, te gebruiken als wisselstukken en deels te recycleren. Wij ontwikkelen een nieuw project met nieuwe turbines. De vergunningen zijn verlengd.

Er gaan altijd zeer uitgebreide studies over de impact op omgeving en natuur vooraf. We bundelende heel veel informatie hierover in ons winddossier.

We hebben erover gelezen. De turbines worden steeds groter. Het is maar de vraag of die houten turbines dat kunnen volgen. Als er een concreet aan te kopen product bestaat, zullen we dat zeker evalueren.

Het hout zal wellicht met veel lijm aan elkaar gezet worden. Dat zal voor pellets niet bruikbaar zijn.

Het project is gegund aan Ecopower en Denderstroom. In overleg met de stad Ninove werken we het project verder uit. Een informatiemoment naar de buurt volgt.

Er zijn turbines afgebroken in Eeklo. Eén turbine is heropgebouwd in Litouwen. De twee andere zijn deels gebruikt als wisselstukken en deels gerecycleerd. De wieken zijn het moeilijkste. Die zijn gebruikt als brandstof. Nieuwe turbines zijn steeds volledigere recycleerbaar. Voor de huidige turbines is er betaald voor de afbraak.


Digitale meter - batterijen/opslag 

De uitrol van digitale meters door de netbeheerder is volop aan de gang. Voor klanten zonder zonnepanelen geeft dat geen enkele verandering. Klanten kunnen kiezen voor enkelvoudig tarief, of voor tweevoudig tarief. Voor mensen met zonnepanelen zijn er grote veranderingen. Veelgestelde vragen rond de digitale meter en zonnepanelen, leest u in ons informatiedossier zonnepanelen. Later komen er nog andere mogelijkheden, zoals een dynamisch tarief.

Vanaf 2022 zullen er nieuw prijssystemen mogelijk zijn. Zo kan er een prijs komen die de uurprijs van de markt volgt. Ecopower onderzoekt of dit nuttig kan zijn voor de klanten en of dit een maatschappelijke meerwaarde kan hebben. Bijvoorbeeld om het mee kan helpen aan het evenwicht van het net. Klanten zullen de mogelijkheid hebben om hun verbruik actief aan te sturen op basis van een prijssignaal.

We volgen dit op en nemen deel aan een aantal Europese projecten rond batterijen, slimme meters en flexibiliteit.

Er kan verwacht worden dat de kostprijs van batterijen omlaag gaat. Vanaf 2021 kan je voor nieuwe zonnepanelen niet meer werken met de terugdraaiende meter. Dan kunnen batterijen een oplossing zijn om het directe verbruik te verhogen en daarmee de rendabiliteit van de installatie.

Om het maatschappelijk ook nuttig te maken is het stuursysteem van de batterijen het best verbonden met een centraal signaal (bv. de marktprijs). Standaard zijn batterijen al vol nog voor de piek eraan komt en leeg voor de hoogste consumptie op het net er is.

Ook andere vormen van energieopslag volgen we - vanop een afstand. Hoe dichter die technologie staat bij de eindconsument, hoe interessanter voor ons om te volgen.

Productie en verbruik op verschillende fasen is mogelijk. Een digitale meter registreert ofwel verbruik ofwel injectie, nooit beide tegelijk.

Een groepsaankoop is niet gepland. We zijn een proefproject aan het uitwerken in Eeklo. Daarbij zullen we de gegevens ter beschikking hebben.


Zonnepanelen

Ja, zolang we rendabele projecten kunnen ontwikkelen. We maken altijd een grondige analyse of een project rendabel is, rekening houdend met de investering en de opbrengsten, waaronder voor een belangrijk deel het verbruik ter plaatse. Dit jaar investeren we al in meer dan 2 MWp. Er zijn een aantal openbare aanbestedingen geweest voor het plaatsen van zonnepanelen op openbare gebouwen. De belangrijkste zijn de aanbestedingen van het Vlaams Energiebedrijf (VEB) per provincie.

Coöperanten kunnen hun gemeentebestuur vragen om zonnepanelen te plaatsen via de procedure van het VEB.

Het afraden van een te grote installatie is om financiële redenen. Hoe meer de zonnestroom lokaal verbruikt wordt, hoe gunstiger het financiële plaatje.

Vanaf 2021 kan een particulier een vergoeding krijgen voor de extra elektriciteit die op het net gezet wordt, het stuk dat meer is dan zijn eigen verbruik.

We zijn wel enthousiast over die technologie, maar zien geen model waarbij Ecopower als coöperatie daarin kan investeren. De technologie en de prijs voor zonnepanelen die elektriciteit opwekken is veel sterker geëvolueerd dan die voor zonneboilers.

Het is aan de overheid en de distributienetbeheerder om daarvoor mogelijkheden te creëren. Op termijn zijn mogelijk ook andere technieken, op basis van dunne film, een optie voor deze huizen. Ze veranderen niets aan het uiterlijk van het huis.

Die verhouding verandert steeds omdat mensen zonnepanelen plaatsen en er nieuwe klanten bij komen. Ongeveer de helft van de klanten van Ecopower heeft zonnepanelen. Ruim 20% daarvan heeft ook een digitale meter. Bijna 20% van de mensen met zonnepanelen zit dicht bij een netto-nulverbruik per jaar.

Als je een digitale meter hebt, dan verkoopt je de injectie aan Ecopower en zo kan dit bij uw moeder geleverd worden. Wat u krijgt van uw injectie is wat uw moeder betaalt voor de afname (buiten distributiekosten, heffingen en andere kosten). Er komt ook een systeem van de netbeheerder voor zonnedelen. Dat geeft geen meerwaarde tegenover de manier van werken die Ecopower nu volgt. Bovendien moeten beide partijen dan ook kiezen voor een kwartiergelezen meter.

Nee. We hebben de kennis in huis, maar die dient voor de controle en het onderhoud van installaties. Nieuwe investeringen en groter onderhoud worden uitbesteed op basis van prijsvergelijking van offertes.

Onze houding tot op heden is dat we geen landbouwgrond gebruiken voor zonnepanelen. Financieel is dat ook niet evident omdat de parken dikwijls niet bij de verbruiker maar eerder afgelegen liggen. Bovendien is er meer onderhoud nodig (gras maaien).

Commercieel zijn die niet beschikbaar. Vermits er straks heel wat lokaal onevenwicht kan zijn door hoge productie met zonnepanelen en hoog verbruik met warmtepompen en elektrische wagens, is een lokale opslag geen fout idee. Of waterstof op kleine schaal de oplossing wordt is nog niet zeker.

Als het om grote installaties gaat, dan bekijken we dat zeker. Denk aan 500 kWp of meer.


Warmtenetten

Ecopower investeert in twee warmtenetten. Het is een eerste stap. We kunnen daar uit leren en de bedoeling is dat er vervolg op komt. Uiteraard moeten de investeringen rendabel zijn en maatschappelijk nuttig. Zowel het project in Eeklo als dat in Mortsel maakt gebruik van restwarmte die anders in de omgeving terecht komt. Daarnaast zijn er nog veel mogelijkheden. We zullen moeten kiezen waar we onze tijd in kunnen steken.

Wij volgen geboeid wat het Vito doet met geothermie: ze willen daar aardwarmte nuttig gebruiken en er elektriciteit mee maken. Zoals verwacht loopt dat niet van een leien dakje. Er zijn al aardbevingen geweest, een vergeefse boring naar warm water kost al snel miljoenen euro’s. Er is al een terloops contact geweest over investeren, maar Vito is eerst zijn project aan het uitwerken.

Agfa garandeert een warmtelevering en afname gedurende zeven jaar, dat is ook de tijd voor de terugbetaling van de hoofdinvestering in de buizen. Stel dat Agfa stopt na zeven jaar, zijn er andere technologieën om warmte te leveren en kan het warmtenet verder op een lagere capaciteit. Meer informatie hierover vindt u op www.warmteverzilverd.be.


Waterkracht

We hebben drie kleine waterkrachtcentrales. Er zijn geen nieuwe projecten op komst. Het potentieel van waterkracht is niet zo groot in Vlaanderen: meestal zo’n 5 tot 10 kW per site. Voor waterkracht zijn er standaard ook geen groenestroomcertificaten (meer). Alleen als de elektriciteit maximaal ter plaatse wordt gebruikt, kan het rendabel zijn. We zien dus weinig mogelijkheden maar blijven geïnteresseerd.

Vroeger hebben we ooit een project uitgewerkt voor een getijdenturbine op de Schelde. Dat leek toen maar nipt financieel rendabel. Het is er uiteindelijk niet van gekomen en misschien maar gelukkig ook, want dit is geen evidentie door technische moeilijkheden. Door het wisselende waterpeil van voor- en achterwater is de productie beperkt in tijd. Het water van de Schelde is bovendien geen flessenwater. Er zitten wieren en ander materie in en er is veel slib.

Waterkracht zijn meestal heel kleine projecten die veel aandacht vragen. We focussen nu liever op grotere projecten om het vooruit te laten gaan.

Warmtekrachtkoppeling op basis van hernieuwbare energiebronnen is niet evident: ecologisch en financieel.


Toekomst

In 2020 is het bestuursorgaan met een strategische oefening gestart, om onze doelen verder te verfijnen en af te lijnen in een snel evoluerende maatschappij. Bevragingen en beslissingen van de Energiecafés en focusgroepen zijn een van de bronelementen voor deze oefening.

De resultaten van de strategische oefening zullen hun beslag pas krijgen in 2022 en zijn gericht op 2030. Er worden keuzes gemaakt en nieuwe werkterreinen gaan open. Zes strategische doelen zullen geconcretiseerd worden en meetbaar gemaakt voor evaluatie.

Het is een interessante piste omdat het model dat wij idealiter willen gebruiken heel geschikt is voor lokale besturen. Dit gebeurt eerder gefaseerd (niet allemaal tegelijk). Omdat we ook voldoende tijd moeten hebben om de contacten op te volgen.

Soms loopt het ook mis met zorgvuldig uitgebouwde contacten, bijvoorbeeld als de gemeenteraadsverkiezingen voor een andere coalitie zorgen, die niet verder gaat op het ingeslagen pad. Dan is er veel tijd verloren gegaan.

We moeten bovendien voorzichtig zijn met voorbereidende contacten, want als er dan op een bepaald moment een publieke procedure wordt gestart, moeten we ook nog kunnen deelnemen.

We rijden al een hele tijd met de handrem op: er is steeds een behoorlijke jaarlijkse groei zonder dat daar reclame voor hoeft gemaakt te worden. Als we sterk inzetten op reclame, is er kans dat we te veel kapitaal binnenkrijgen en niet kunnen volgen met de investeringen.

Uiteraard hopen we op basis van veel projecten toch de kans te krijgen om eens een stevige campagne op te zetten.

We zijn overigens één van de grootste hernieuwbare-energiecoöperaties in Europa terwijl we nooit reclame gemaakt hebben.

Inhoudelijk dragen we dikwijls zelf de boodschap niet uit, maar steunen wel koepelorganisaties zoals REScoop.eu, REScoop.Vlaanderen en Coopkracht.

Ecopower neemt geen rol in deelmobiliteit op zich. Daarvoor werken we samen met Cedan – een coöperatieve samenwerking voor elektrische deelmobiliteit. Coöperanten van Ecopower kunnen één jaar lang deelnemen aan Cedan, zonder dat ze zelf coöperant moeten worden bij de aanbieders. Als die test positief verloopt kunnen ze zelf coöperant worden.

Ecopower investeert wel in een testproject met laadpalen die bij zonne-installaties staan.

Ecopower heeft een aantal stappen gezet op de weg van energiebesparing, zoals het eco-traject. Het is moeilijk om daar een model van te maken dat commercieel werkt. In dit concept zorgde Ecopower niet voor de financiering, wel voor het faciliteren.

Uit andere projecten leren we dat een rollend fonds voor specifieke doelgroepen een oplossing zou zijn. Ecopower heeft de middelen om een dergelijk rollend fonds op te zetten. Tegelijk willen we geen al te grote risico’s nemen of bijzonder arbeidsintensieve langetermijnengagementen nemen. Het zou een overweging kunnen zijn in de strategische oefening.

Ecopower is betrokken in het project RHEDcoop. Hierin wordt gewerkt aan energiebesparing. Voorlopig komen hier geen modellen uit die uitgerold kunnen worden. In het onderzoeksproject Hybrinator loopt de zoektocht naar modellen nog.

De Hybrinator is een onderzoeksproject waarbij er een aantal test-installaties zijn uitgevoerd en een enquête is uitgestuurd.

Het doel van de ‘Hybrinator’ is zonnestroom beter gebruiken en het fossiele verbruik van gas (fossiele brandstof) verlagen. Het concept bestaat uit een kleine, goedkope warmtepomp, geplaatst naast de bestaande installatie (bv. gasverwarming). Dit is ideaal in combinatie met zonnepanelen.

De enquête bij de coöperanten bevraagt de mogelijkheden en of mensen bereid zijn te investeren. Het resultaat valt nog af te wachten maar wordt zeker gecommuniceerd.

Het project is bijna gedaan. We wachten op het rapport en communiceren hier dan over.

We willen dat graag. Tegelijk willen we geen te grote risico’s nemen, die het bedrijf in gevaar kunnen brengen. Dat beperkt de groei weer.

Op zich passen gascentrales in de transitie van fossiele energie naar hernieuwbare-energiebronnen. Ze kunnen dynamisch de tekorten opvangen. Het is niet gunstig dat een quasi-monopolist in productie net de partij is die een bijkomende grote centrale gaat bouwen. Daarmee blijft die partij de markt domineren.

Een spreiding over de provincies is niet de eerste insteek van Ecopower. Overal waar er een mooi en rendabel project mogelijk is, willen we dat doen. In de praktijk hebben we projecten in elke Vlaamse provincie.


Klanten - coöperanten

Nee. Er is al jaren geen wachttijd meer voor nieuwe klanten. In 2010 werd 80% van de geleverde elektriciteit aangekocht – van interessante projecten. De wachttijd diende om eigen productie meer in evenwicht te krijgen met de afname. Na een hele reeks investeringen is deze wachttijd afgeschaft. Dit heeft heel kort een effect gehad op de instroom van klanten, daarna is het tempo van instroom min of meer gelijk gebleven.

We willen heel graag zo veel projecten dat we een publieke oproep naar kapitaal kunnen lanceren. Tot nu hebben we dat niet gedaan. Als we bijvoorbeeld voor een nieuw project een oproep zouden doen, wordt dat wellicht vlug volgestort, maar de jaren erna kunnen we dan geen geld meer ophalen. Het beleid tot op heden is om de instroom te laten openstaan. Zo geven we zo veel mogelijk mensen de kans om mee in te stappen.

Hoe we de coöperanten betrekken, daar blijven we aan werken. De energiecafés zijn er om meer over de inhoud te kunnen spreken. Er is ook een experiment met een coöperantengroep, om samen te investeren in zonnepanelen. Doordat ze onder de vleugels van Ecopower vallen, moeten ze geen aparte coöperatie oprichten waardoor veel administratie wegvalt. Als we hier een model van kunnen maken, bekijken we of we dit ook elders kunnen uitrollen.

De ervaring met de infosessies naar aanleiding van de algemene vergadering van 2020, 2021 en 2022 leert dat er nog andere mogelijkheden zijn om de coöperanten te betrekken.

Nee, dat zal waarschijnlijk niet gebeuren. In dat geval zullen mensen die het kunnen betalen distributiekosten uitsparen en mensen die het niet kunnen betalen zullen meer distributiekosten aangerekend krijgen. Dat is moeilijk verkoopbaar.

Misschien komen er wel mogelijkheden als daarmee ook de kost van het distributienet kan verlaagd worden.

De essentie van Ecopower is net dat er coöperanten kunnen bijkomen. We willen zoveel mogelijk mensen de kans geven om mee te investeren in hernieuwbare energie.

Tot op heden is het steeds mogelijk om inbreng te hebben in Ecopower (tot maximaal 20 aandelen). De instroom gebeurt op een natuurlijke wijze. Indien nodig is het mogelijk om een projectgebonden oproep te doen.

Het is mogelijk om coöperant te worden en zo mee te investeren in wind, zon en warmtenetten. Meer info hier. Als er weer een opening komt om in te stappen als klant zullen we dat zeker communiceren naar onze bestaande coöperanten.


Personeel

Ecopower heeft eind 2021 51 personeelsleden of 45,7 voltijdsequivalenten. Gemiddeld over het jaar zijn dat 42,3 voltijdsequivalenten. Dat zijn 32 mannen – waaronder de 8 arbeiders in de fabriek – en 19 vrouwen. Er zijn geen werknemers die onder een zelfstandigenstatuut werken.

Ja. De groepsverzekering betaalt het bedrijf volledig en voor iedereen, arbeiders en bedienden.

Ecopower zou daar het liefst geen onderscheid in maken. Werknemers die het werk doen van een arbeider moeten echter in het statuut arbeider aangeworven worden. Als dat niet zo is kan dat aanleiding geven tot juridische problemen later. We proberen de stelsels wel zo dicht mogelijk bij elkaar te houden. Zo geven we iedereen een dertiende maand en passen op alle lonen de indexering van het paritair comité van de bedienden toe.


Elektriciteitslevering

Het capaciteitstarief zal in de loop van 2022 ingevoerd worden. Als het ingevoerd wordt, zal Ecopower zijn prijssysteem hieraan aanpassen.

Met dit systeem zou (ongeveer de helft) van de distributiekost aangerekend worden als een vaste kost. Dat zou gebaseerd kunnen zijn op het maximale piekverbruik. Dat is het gemiddelde van de maandpieken van de afgelopen 12 maanden. Het systeem wordt ingevoerd om de distributienetbeheerders in een veranderend energielandschap stabiliteit te geven in hun inkomsten. Het speelt ook in op grotere verbruiken van bijvoorbeeld elektrische wagens. Een bedoeling is dat met het capaciteitstarief op termijn de kosten van de distributienetbeheerders omlaag kunnen. 

De elektriciteit die over is, wordt verkocht aan de markt. Als er een tekort is had dat tot op heden weinig effect, maar met de hoge prijzen sinds de tweede helft van 2021 en de lage prijs die Ecopower voor klanten blijft aanhouden zorgt dit wel voor een extra kost.

Het prosumententarief is een deel van de netvergoeding en is door alle leveranciers op dezelfde manier aan te rekenen. Het is een forfaitair bedrag op basis van het vermogen van de omvormer. Het is de distributiekost van elektriciteit die met de terugdraaiende meter op het net is gezet en daarna er weer af gehaald. Wie het prosumententarief niet meer wil, kan overschakelen naar de terugleververgoeding met een digitale meter. In dat systeem wordt alle elektriciteit gemeten die op het net wordt gezet en alle elektriciteit die van het net wordt gehaald. Je betaalt dan de reële distributiekosten en niet het forfaitaire bedrag.

Het is omgekeerd: we mikken op de verkoop van elektriciteit in functie van de hoeveelheid injectie die we hebben. De handrem zit op het winnen van nieuwe klanten, niet op projecten.

We hebben maar een prijs en die is alleen voor coöperanten. Wie geen coöperant is, kan geen klant worden.

Vóór 2020 waren negatieve prijzen meestal de fout van leveranciers door een foute voorspelling, vaak bij bijvoorbeeld bij een wisseling naar zomer- of winteruur of op feestdagen. Of bij een fout in het informaticasysteem. Ondertussen zien we meer en meer dat er negatieve prijzen komen omdat er veel productie is van hernieuwbare energie en tegelijk de kerncentrales niet minder kunnen produceren. Dit heeft ook een impact op Ecopower, al is dit voorlopig beperkt.

Enkel de elektriciteit met de installaties vanuit de investeringen van het kapitaal zijn hier meegerekend. Wat u bij u thuis hebt geïnvesteerd, telt hier niet in mee. Ook kleine installaties met zonnepanelen (kleiner dan 10 kWp) zijn niet meegeteld en ook het lokale verbruik bij onze installaties is niet meegerekend. Dat zal steeds belangrijker worden en wordt dus best ook meegerekend in de toekomst.

Er komen op dit moment geen distributiekosten bij; bij geen enkele leverancier. Als die worden ingevoerd door de distributienetbeheerder, zullen we die kosten ook moeten doorrekenen. Voorlopig gaan we ervan uit dat dit niet gebeurt, zeker niet in 2021 en 2022.

We leggen een prijs vast die gerelateerd is aan de marktprijs. Het is een prijs waaraan we als producent kunnen verkopen aan derden en een prijs die we zouden nemen als leverancier als we van derden kopen.

Ook van belang is natuurlijk dat alle klanten coöperant zijn. De hogere stroomprijs die een hoger dividend oplevert is dus een broekzak-vestzakoperatie.

Het deel vaste kost op basis van het vermogen zal ook afzonderlijk als vaste kost worden aangerekend. Tegelijk zal bij de netbeheerders ook het verschil in kost tussen dag en nacht verdwijnen. Daarmee zal Ecopower voor het eerst een volledig gelijkaardige prijsopbouw hebben als alle andere leveranciers.

Dat komt omdat ook de verkoopprijs heel laag is. Op korte termijn zal het mogelijk zijn om over te schakelen naar het dynamisch tarief. Dan is de injectievergoeding hoger (maar ook de kost voor de afname).

Er wordt een prijs bepaald voor het gedeelte elektriciteit, met een stukje extra voor administratie en kosten. Daarnaast worden alle externe kosten doorgerekend (distributie, transport, accijnzen, groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten).

Ecopower doet al sinds de start als elektriciteitsleverancier aan energiedelen. Sinds het afschaffen van de terugdraaiende meter voor de mensen met digitale meter wordt ook die injectie gekocht en geleverd aan andere coöperanten.


Evenwicht - sturing

In een proefproject voor een dynamisch tarief werken we aan een stuursignaal. Daarmee zouden we klanten moeten kunnen helpen om een lagere kost te hebben, kunnen we de aansluiting tussen productie en afname in de coöperatie verbeteren en kunnen we – indien mogelijk – het net mee ondersteunen.


Andere

Er is een profiel uitgeschreven voor de controlerende coöperanten. Om de drie jaar is er een verkiezing op de algemene vergadering. Ze stellen zich op voorhand kandidaat. Ze worden door de algemene vergadering aangesteld om tussen de algemene vergaderingen in de werking van Ecopower nauwer te volgen en de vragen te stellen waar er op de algemene vergadering te weinig tijd voor is.

Voor elektriciteit wordt elke geproduceerde kWh vergeleken met de best beschikbare fossiele productie. Dat is een STEG (gas-)centrale met een uitstoot van 400 gram CO2 per kWh. Op basis van internationaal aanvaarde berekeningen heeft windenergie een uitstoot van 11 gram CO2 per kWh. Voor zonnepanelen is dat 45 gram CO2 per kWh. Voor waterkracht is dat 24 gram CO2 per kWh.

Voor warmte uit houtpellets wordt vergeleken met een niet al te slechte installatie op stookolie. Die heeft een uitstoot van 305 gram per kWh. De uitstoot van houtpellets hangt af van de nabijheid van het hout en het volledige proces van de aanmaak en transport. Hiervoor is een externe audit gebeurd. Die is verplicht voor de certificering. Het resultaat is 22,5 gram CO2 per kWh.

De vermeden CO2 door hernieuwbare elektriciteit is zo 41.190 ton. De vermeden CO2 door pellets en briketten is 24.178 ton.

De afgelopen 20 jaar is Ecopower sterk gegroeid. We werkten al meer dan 15 jaar met dezelfde software. Er was een gebrek aan integratie. Er zijn ook heel wat mogelijkheden die ontbreken. De nieuwe software biedt hiervoor een oplossing. Hiermee gaan we ook klaar zijn voor de verdere ontwikkeling van Ecopower.

Ecopower is betrokken in een aantal projecten waarin flexibiliteit – het dynamisch afstemmen van verbruik en productie – onderzocht wordt. Mogelijk komt daar een nieuw model uit dat we praktisch kunnen toepassen.

Het waterstofvraagstuk volgen we op. Het is geen systeem dat gegarandeerd rendement geeft, het is eerder een soort tussensysteem. Het meest logische is dat in de eerste plaats productie van waterstof voor industriële processen, die nu uit aardgas komt, vervangen wordt door groene waterstof. We zien hierin niet meteen een rol voor Ecopower.

Dit is een digitaal certificaat. Ecopower heeft vooral Vlaamse certificaten en beperkt ook Waalse. Ze worden door de regulator van het gewest beheerd en staan daar in een databank.

Misschien zou dit ook met blockchain kunnen, maar eerst moet het potentiële voordeel hiervan bestudeerd worden.

De energietransitie is een complex verhaal. Volgens verschillende studies is ze haalbaar en betaalbaar. Dit betekent wel dat er gigantische investeringen in hernieuwbare energie moeten bijkomen. Daar werkt Ecopower aan mee. In onze visie – en dat staat niet in die studies – moet er ook blijvend gewerkt worden aan energiebesparing. Dat geldt voor elektriciteits- en warmteverbruik, maar ook voor de mobiliteit.

Het capaciteitstarief is een manier om om te gaan met de stijgende vermogens bij particulieren. Bijvoorbeeld door elektrische wagens. Met sturing kan er een deel worden opgevangen. Via het capaciteitstarief kunnen de pieken op het net onder controle gehouden worden.

Nee, niet op die manier. Bij gascentrales is er een reservecapaciteit waar een minimumrendement aan wordt gegeven. Bij nieuwe windturbines is er via de banding factor op groenestroomcertificaten ook een soort vastgesteld rendement. Als de marktprijs van elektriciteit stijgt, daalt de banding factor.

Alle coöperanten met een digitale meter mogen deelnemen. Voor het echte proefproject gaat het over klanten die actief kunnen sturen. Voor de referentiegroep zijn het klanten met een digitale meter die hun gegevens ter beschikking stellen. In ruil krijgt iedereen feedback van de testen.

We proberen onze kennis en ervaringen zoveel mogelijk te documenteren en beschikbaar te stellen. Het komt allemaal in een toolbox van REScoop.eu, de samenwerking van de Europese hernieuwbare-energiecoöperaties.


Statuten

Voor de aankomende vergadering op 10 april is er 50% van de aandelen – dus het kapitaal/ de inbreng - die aanwezig moet zijn. Die kans is heel klein dat we het quorum halen, daarom is een tweede vergadering voorzien, waarbij er geen quorumvereiste is.

In de nieuwe statuten is het voorstel dat er 10% van de aandeelhouders mee moet stemmen voor een statutenwijziging. Dat lijkt een verlaging, maar bij die 50% weten we bijna zeker dat we het niet halen, waardoor het ook niet geprobeerd wordt en zoals nu meteen een tweede vergadering wordt voorzien, zonder quorumvereiste. Door 10% van de coöperanten én door schriftelijk stemmen toe te laten, is dit haalbaar met een grote campagne. Dat komt tegemoet aan het doel om een statutenwijziging niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Het democratisch gehalte stijgt daarmee.

10% van de coöperanten die meestemt lijkt haalbaar omdat we ook dit soort respons krijgen op een enquête.

Voor de stemming zelf veranderen de statuten niet: er is een vier vijfde meerderheid nodig voor het doel en een drie vierde meerderheid voor de rest van de statutenwijziging. Sowieso is dat een hoge drempel om te stemmen en die blijft behouden.

Hoewel iets ruimer geformuleerd, is er op dit punt geen verandering van de statuten. Dit is conform de nieuwe vennootschapswetgeving.

Het gebeurt en kan doorheen het jaar dat coöperanten zaken inbrengen via verschillende wegen.

Vragen aan het bestuur en/of de commissaris worden beantwoord. Als vennoot heb je recht je te informeren.

Een algemene vergadering kan enkel beslissen over de punten op de agenda. De bevoegdheid van de av is in eerste instantie de goedkeuring van de jaarrekening, de goedkeuring van de resultaten en kwijting van het bestuursorgaan.

Het is niet logisch dat vragen ook ter stemming komen op een algemene vergadering. De algemene vergadering geeft veel bevoegdheid door aan het bestuursorgaan. Zij nemen dagelijkse beslissingen en zetten de lijn uit. Als de bestuursleden het niet goed doen, kan de algemene vergadering het bestuursorgaan in het ultieme geval afzetten.

Controlerende coöperanten hebben niet meer rechten dan andere coöperanten Ze zijn meer georganiseerd en ze zijn ook aangesteld door de algemene vergadering. Ze krijgen op de av een forum om hun meningen en bevindingen te uiten.

Het klopt dat een quorum van 10% van het kapitaal voor een bijzondere algemene vergadering moeilijk te halen is. Vooral omdat coöperanten elkaar niet kennen. Gelukkig is er elk jaar een algemene vergadering waar iedereen terecht kan. Vragen aan het bestuur moeten in elk geval een antwoord krijgen. Ontevredenheid kan geuit worden. De algemene vergadering kan de stemmingen over het jaarverslag en de kwijting van het bestuur niet goedkeuren en is bevoegd om een bestuurslid te ontslaan en is ook bevoegd voor het aanstellen van bestuurders.

Nee, die periode begint niet opnieuw te tellen. Bestaande aandeelhouders mogen geen nadeel hebben.

Ja, er kan digitaal gestemd worden voor de algemene vergadering. Hierdoor kunnen we ook iets meer mensen bereiken.

Ja en dat is 250 euro. Het is intreden aan 250 euro en uittreden aan 250 euro. Stel dat er een overgedragen verlies is, dan staat in de statuten dat er minder wordt uitgekeerd. Iedereen neemt – in dit theoretische geval – een stukje van het verlies.

De datum voor uittreden wordt per aandeel bekeken. De oudste aandelen kunnen dus eerder uittreden dan recente.

Ja, die beperking is er gekomen om de snelheid van de instroom van het kapitaal te beperken. Het bestuursorgaan kan de drempel nog verlagen of, als er meer kapitaal gewenst is, verhogen.

De erkenning van de nationale raad voor de coöperatie die we nu al hebben, wordt ook ingeschreven in de statuten – zoals de nieuwe vennootschapswetgeving voorziet. Dat betekent dat we de coöperatieve principes volgen zoals democratie, autonomie … Deze staan uitgewerkt in de statuten en in het intern reglement. De erkenning houdt een aantal beperkingen in (bijvoorbeeld een maximaal dividend) en een aantal voordelen (bijvoorbeeld sommige belastingvoordelen).

Het is altijd de algemene vergadering die het bestuur aanstelt. Het is niet de bedoeling om een willekeurig bestuur te hebben. Daarom wordt er een samenstelling van een team voorzien volgens een aantal criteria. Maar de algemene vergadering moet dit niet volgen en kan dus nieuwe kandidaturen vragen.

In het intern regelement staan onder de rubriek bestuursorgaan eerst de criteria waarmee rekening wordt gehouden voor de samenstelling van een team voor het bestuursorgaan en daarna de procedure in vier stappen onder de noemer ‘verkiezing’.

Er moeten een reeks criteria onderzocht worden. Zo moet de coöperatie in staat blijven om alle schulden te voldoen in de komende 12 maanden. Dat kan met een aantal ratio’s en berekeningen gecontroleerd worden. Dit wordt ook aan de revisor overgemaakt.

De periode van 6 jaar had als bedoeling om stabiliteit te geven. In de nieuwe statuten is voldoende tijd voorzien om de terugbetaling te kunnen organiseren. Het bestuursorgaan kan na de liquiditeitstest altijd beoordelen dat het onverantwoord is om alles terug te betalen en op basis daarvan de terugbetaling opschorten. In normale omstandigheden zal dat nooit nodig zijn.

Bij overlijden is er een terugbetaling voorzien. De erfgenamen kunnen natuurlijk wel intreden als ze dat willen. Wie vooraf aandelen wilt overdragen, kan dat nu makkelijker.

Nee, voor Ecopower is dat geen logische keuze. Ons maatschappelijk engagement kan perfect binnen de erkende cv. Wij horen in de normale economie en zijn eerder een voorloper dan een uitzondering.

Het is niet ongebruikelijk en in overeenstemming met de praktijk. Dikwijls moet er voor bijvoorbeeld aanbestedingen snel gehandeld worden. Een tweede handtekening van een bestuurder die toch de details niet bekijkt, heeft geen meerwaarde. In elk geval mag niemand tekenen wat niet gedragen wordt door het bestuursorgaan.

Ecopower schakelt zich in voor en schaart zich bij de internationale beweging naar 100% hernieuwbare energie. Dit heeft niet alleen met het energiebeleid van België te maken.

In de statuten moet verplicht het doel en het voorwerp van de coöperatie opgenomen worden. Dit beschrijft best zo goed en zo ruim mogelijk waar de vennootschap aan wil en kan werken.

Absoluut. Als een algemene vergadering vindt dat het niet nuttig is, worden er geen controlerende coöperanten aangesteld.

De mogelijkheid om te weigeren staat ook in de bestaande statuten en het is nog nooit gebeurd. Het wordt standaard voorzien. Hopelijk is het nooit nodig.