Pelletdossier

In dit pelletdossier geven we antwoord op de belangrijkste vragen rond kwaliteit, gezondheid en duurzaamheid van pellets.
cornerDubbel
cornerDubbel

Houtpellets zijn een hernieuwbare brandstof gemaakt van biomassa. Zowel houtverbranding als het gebruik van biomassa voor energie zijn niet onbesproken. Ecopower, een coöperatie met een maatschappelijke en duurzame missie, kiest ervoor om in eigen beheer houtpellets te maken. Wel leggen hier graag uit waarom we dat doen. En hoe we dat precies doen: naast de strikte voorwaarden die we onszelf opleggen vanuit onze ecologische transitievisie, beantwoorden Ecopower-pellets uiteraard ook aan alle wettelijke uitstootnormen en dragen ze het internationaal erkende kwaliteitslabel ENplus A1.

Houtpellets zijn een hernieuwbare brandstof voor verbranding in moderne toestellen (pelletkachels en pelletketels). Het zijn kleine staafjes samengeperste biomassa, in het geval van Ecopower-pellets zuiver naaldhout zonder schors en zonder additieven. Omdat de brandstof geperst en geoptimaliseerd wordt (o.a. het vochtgehalte) en het stooktoestel geautomatiseerd is, bieden houtpellets een hoog rendement en een lage uitstoot. Beide troeven zijn wel sterk afhankelijk van de kwaliteit van de brandstof.

Een pelletkachel dient voor de rechtstreekse verwarming van ruimtes en is vergelijkbaar met een houtkachel, alleen is de milieu-impact veel kleiner. Een pelletketel vervangt een aardgasketel of stookolieketel en kan zowel voor uw centrale verwarming als voor uw sanitair warm water zorgen.

Ecopower cvba staat garant voor het echte groene karakter van zijn elektriciteit uit zon, wind en waterkracht. Ook voor pellets, een hernieuwbare bron van warmte gemaakt van biomassa, maken we dat waar. Zo zijn onze klanten zeker van de duurzaamheid, kwaliteit en een goede dienstverlening.

Willen wij heel België en Nederland aan de pellets? Natuurlijk niet, maar pellets spelen wel een rol in het verduurzamen van onze warmtevoorzieningen. En de noodzaak om onze warmte te vergroenen is groot: een doorsnee gezin in Vlaanderen verbruikt jaarlijks 3.500 kWh voor elektriciteit, 23.260 kWh voor verwarming, koken en sanitair warm water[1] en 20.000 kWh voor transport[2]. Bovendien is stookolie, een fossiele brandstof met een nefaste milieu-impact, nog steeds de meest gebruikte warmtebron na aardgas. Vooral in Limburg (31,0%) en in Vlaams Brabant (37,3%) is het aandeel stookolie nog erg groot[3].

Hernieuwbare, realistische en betaalbare alternatieven zijn urgent. In Vlaanderen richt de overheid zich voornamelijk op individuele warmtepompen en collectieve warmtenetten. Ook zonneboilers en op termijn groen gas kunnen oplossingen bieden. Maar die duurzame alternatieven zijn lang niet voor elk gezin een praktische, betaalbare en onmiddellijk beschikbare optie. Warmtenetten vergen een collectieve aanpak, voldoende dichte bebouwing en beschikbare (rest)warmtebron. Terwijl voor een efficiënte warmtepomp een perfect geïsoleerde woning een must is.

In bepaalde omstandigheden is verwarmen met pellets de beste keuze en verdient deze vorm van biomassa dus een plekje in de warmtetransitie. Ook zijn de houtkachel en de open haard nog steeds populair in België. De uitstoot daarvan is sterk afhankelijk van het gebruik: de kwaliteit en het vochtgehalte van het hout en de manier van aansteken en bijvullen kunnen de uitstoot sterk beïnvloeden. Dankzij de optimalisering en normering van de brandstof én de geautomatiseerde toestellen zijn duurzaam geproduceerde houtpellets zonder twijfel de best mogelijke toepassing van houtverbranding. Houtpellets dus. In specifieke situaties en onder strikte voorwaarden. En net om aan die voorwaarden te voldoen, kiest Ecopower voor eigen productie. Daarover zijn we net zo transparant als over onze elektriciteit.

[1] Bron: VREG, evolutie energiegebruik, geraadpleegd in maart 2019 www.vreg.be/nl/evolutie-energieverbruik
[2] Bron: Open data Vlaamse overheid, Gezinsuitgaven voor verkeer en vervoer, geraadpleegd in maart 2019: opendata.vlaanderen.be
[3] Bron cijfers: VREG Marktmonitor 2018

Wilt u dat uw pelletkachel of -ketel optimaal rendeert, lang meegaat en weinig onderhoud nodig heeft? Wilt u ecologisch verantwoord stoken? Kies dan altijd voor kwalitatieve pellets op basis van lokale grondstoffen zonder additieven die bovendien ENplus of DIN-gecertificeerd zijn. Het ENplus A1-label garandeert de kwaliteit van de grondstof, de productieketen en het eindproduct op basis van periodieke, onafhankelijke labo-analyses.

Op de website van ENplus vindt u de volledige lijst van gecertificeerde producenten en handelaars.

Belangrijk om weten over het ENplus A1-label: er bestaan verschillende labels voor producenten en voor handelaars. Ecopower heeft zowel een producentenlabel (BE 005) als een handelaarslabel (BE307). Dat betekent dat er in Ecopower-zakken altijd Ecopower-pellets zitten, van eigen makelij. Veel pelletmerken hebben een label als handelaar maar maken de pellets niet zelf. De inhoud van de zak kan dus elke keer verschillen. Door het dubbele label garandeert Ecopower een constant en kwalitatief product waarover we zelf de volledige controle hebben.

De duurzaamheid van houtpellets is afhankelijk van het productieproces, de grondstof en de lengte van de keten.

De fabriek van Ecopower in Ham draait op de hernieuwbare warmte en stroom van een naburig bedrijf via een rechtstreekse verbinding.

We beperken de herkomst van onze grondstoffen tot een straal van 150 km rond de fabriek met strikte controle op duurzaam bosbeheer. Onze afzetmarkt houden we in België en Nederland. Vaak worden houtpellets getransporteerd per boot of vrachtwagen uit Rusland, Canada of andere verre landen. De CO2-uitstoot die daarbij komt kijken is nefast voor het milieu. Bovendien is de controle op duurzaam bosbeheer in veel landen ontoereikend en sneuvelt er soms waardevol bosgebied voor pelletproductie.

Tot slot kan het duurzaam gebruik van pellets enkel op beperkte schaal. Verbranding van houtpellets is daarom enkel een goed idee voor kleinschalige warmteproductie. Dan wordt meer dan 90% van de energie effectief omgezet in warmte. Als pellets verbrand worden in biomasssacentrales om elektriciteit te produceren, schommelt het rendement maar tussen 30 en 40%. Dat is geen goed idee.

Wat is het?

We spreken van een hernieuwbare energiebron als de bron voor onbeperkte tijd gebruikt kan worden zonder uitgeput te geraken.

Is hout hernieuwbaar?

Wind, zon en waterkracht zijn hernieuwbaar. Fossiele brandstoffen zijn niet hernieuwbaar. Ze werden aangemaakt over een periode van miljoenen jaren. En wij verbruiken deze voorraad in een paar honderd jaar.

Een boom groeit en produceert zo hout. Daarom kan men hout als een hernieuwbare energiebron beschouwen. Maar dan is het van belang dat er een evenwicht gerespecteerd wordt tussen aangroei en verbruik. Want als het verbruik te hoog is, zal de aangroei onvoldoende zijn en eindigen we met een kaal landschap.

Garanties voor hernieuwbaarheid bij hout

Net zoals bij CO2-neutraliteit is een duurzaam beheer van de bossen nodig om hout als hernieuwbare energiebron te kunnen beschouwen. Dat duurzame beheer garandeert dat er niet meer uit het bos geoogst wordt dan er door aangroei bijkomt.

Het duurzaam beheer van bossen is het meest zichtbaar als het bos gecertificeerd is. Voor deze certificering zijn er twee mogelijkheden:

  • FSC: Forest Stewardship Council
  • PEFC: Programme for the Endorsement of Forest Certification Schemes

In West-Europa is de wetgeving op het vlak van bosbeheer op zich ook een garantie voor duurzaam beheer van de bossen. Zeker omdat deze wetgeving ook samengaat met een goede controle op het terrein.

Bronnen

Wat is het?

Het gebruik van fossiele brandstoffen of biomassa om energie op te wekken geeft altijd rookgassen. Die rookgassen bevatten een belangrijk deel CO2.

CO2-neutraliteit betekent dat de brandstof tijdens haar ontwikkeling even veel CO2 opneemt als er uitgestoten wordt bij de verbranding. Op die manier draagt de verbranding niet bij tot een toename van het CO2-gehalte in de atmosfeer.

Daarbij moet de tijd, die verloopt tussen de opname en de uitstoot, beperkt zijn. Want de fossiele brandstoffen zijn ook een opslag van CO2, maar het tijdsverschil tussen die opname en de verbranding nu is miljoenen jaren. Om de klimaatwijziging niet te verergeren zou dat tijdsverschil maar enkele jaren mogen zijn.

Is hout CO2-neutraal?

Hout wordt algemeen beschouwd als een CO2-neutrale brandstof. De boom neemt tijdens zijn groei CO2 op uit de lucht. Bij verbranding van het hout van deze boom wordt die CO2 terug vrijgesteld en komt in de atmosfeer terecht.

De CO2-neutraliteit kan op twee manieren beschouwd worden.

  • Binnen de levensduur van een boom. De boom groeit over een periode van 20 of 30 jaar. Bij massaal gebruik van hout als brandstof zal er dus een ‘koolstofschuld’ ontstaan: de vrijgestelde CO2 wordt terug opgenomen door de aanplant van een nieuwe boom, maar over een periode van 20 of 30 jaar. Als we op korte termijn fossiele brandstoffen vervangen door hout, zal het CO2-gehalte blijven stijgen over die periode van 20 - 30 jaar, om daarna aan een daling te beginnen. Het zou kunnen dat hiermee de klimaatwijziging toch een kritisch niveau overschrijdt met fatale gevolgen voor het leven op aarde.
  • Binnen het bos. Als het bos duurzaam beheerd wordt, zorgt de beheerder voor een evenwicht tussen kap en aanplant. Hij weet hoeveel hout er jaarlijks in zijn bos bijkomt. Dat is de hoeveelheid die dan ook gekapt kan worden. Globaal blijft de CO2-opname door het bos dan stabiel en compenseert ze de CO2-uitstoot bij verbranding van de geoogste bomen. Op die manier ontstaat er geen ‘koolstofschuld’.

Garanties voor CO2-neutraliteit bij hout

Het duurzaam beheer van bossen is het meest zichtbaar als het bos gecertificeerd is. Voor deze certificering zijn er twee mogelijkheden:

  • FSC: Forest Stewardship Council
  • PEFC: Programme for the Endorsement of Forest Certification Schemes

In West-Europa is de wetgeving op het vlak van bosbeheer op zich ook een garantie voor duurzaam beheer van de bossen. Zeker omdat deze wetgeving ook samengaat met een goede controle op het terrein.

Bronnen

Wat is het?

Fijn stof bestaat uit zeer kleine deeltjes die aanwezig zijn in de lucht. We spreken meestal over PM10 en PM2,5. Dat staat voor deeltjes die kleiner zijn dan 10 of 2,5 micrometer (duizendsten van een millimeter). Doordat ze zo klein zijn kunnen ze diep doordringen in de longen en schadelijk zijn voor de gezondheid.

Fijn-stof-deeltjes kunnen zowel van antropogene (door de mens veroorzaakt) als van natuurlijke bronnen komen. Vulkaanuitbarstingen, bodemerosie, zeezout of de aanvoer van woestijnzand kunnen natuurlijke bronnen van fijn stof zijn. Ook pollen (van plantaardige oorsprong) kunnen een component van fijn stof zijn.

Fijn stof is bijna altijd een mengsel van verschillende soorten deeltjes. Wanneer het rechtstreeks in de lucht komt, spreken we over primair stof. Wanneer het ontstaat door reacties in de lucht spreken we van secundair stof.

Wat zijn de bronnen?

De voornaamste bron van PM10 is de landbouw (37%). Deze bron is mogelijk minder belangrijk voor gezondheidseffecten door het grote aandeel opgewaaid bodemstof. Ook transport (26%) en industrie (20%) zijn belangrijke uitstoters van PM10.

Voor PM2,5-emissies zijn transport (30%) en industrie (27%) de belangrijkste bronnen. Fijn stof ontstaat immers als gevolg van verbrandingsprocessen in bijvoorbeeld vrachtwagens (vooral dieselmotoren), elektriciteitscentrales en industriële en particuliere stookinstallaties. Maar het kan ook een gevolg zijn van de op- en overslag van bijvoorbeeld kolen, erts en graan en van slijtage van autobanden en wegen.

Huishoudens leveren ook een aanzienlijke bijdrage door onder meer het stoken van allesbranders en open haarden, het gebruik van de barbecue, het roken van sigaretten en autorijden. De roetdeeltjes die vrijkomen bij het stoken van bijvoorbeeld een open haard hebben een relatief hoog gehalte aan schadelijke stoffen als gevolg van onvolledige verbranding. Bovendien vindt deze vorm van uitstoot plaats in de directe leefomgeving en op leefhoogte.

Tenslotte kunnen ook natuurverschijnselen zoals vulkaanuitbarstingen, bodemerosie, zeezout of opwaaiend zand luchtverontreiniging veroorzaken.

Gezondheidseffecten

De aard van de gezondheidsklachten is afhankelijk van de samenstelling van het fijn stof (sommige deeltjes zijn schadelijker dan andere) en de grootte van het stofdeeltje. Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze in de luchtwegen doordringen en hoe meer schade ze veroorzaken. Stofdeeltjes met een diameter van minder dan 10 micrometer (PM10) zetten zich af in de keel en de bovenste luchtwegen. De kleinere deeltjes met een diameter van 2,5 micrometer (PM2,5) komen in de longblaasjes terecht en kunnen bronchitis en zelfs longkanker veroorzaken. De ultrafijne stofdeeltjes (PM0,1) met een diameter kleiner dan 0,1 micrometer komen via de longblaasjes in de bloedbaan terecht en kunnen leiden tot hart- en vaataandoeningen.

De bijdrage van houtverbranding

Bij verbranding van hout ontstaat fijn stof omdat de verbranding as vormt. Pellets hebben ten opzichte van brandhout en houtchips het voordeel van een laag asgehalte, waardoor de uitstoot van fijn stof ook lager ligt.

VITO deed in opdracht van de Vlaamse MilieuMaatschappij een studie naar de emissies door houtverbranding in Vlaanderen, in de sectoren gebouwenverwarming en landbouw.

Daarin wordt geraamd dat 28% van de Vlaamse huishoudens hout gebruikt voor verwarming; meestal (85%) als bijverwarming.

De emissie van fijn stof (PM2,5) bij houtverbranding wordt sterk bepaald door de manier van verbranden:

TypeEmissie (PM2,5) in mg / MJ
open haard850
houtkachel ouder type810
houtkachel modern (na 2000)
240
houtketel automatisch66
pelletkachel76

Het aantal moderne houtkachels stijgt, waardoor de emissies ook dalen. De studie stelt dat de gemiddelde emissiefactor tussen 2000 en 2010 daalt van 665 naar 509 mg/MJ.

De cijfers tonen aan dat het vooral de oude houtkachels en de open haarden zijn, die een hoge uitstoot van fijn stof veroorzaken. Het Koninklijk Besluit van 12/10/2010 legt de komende jaren een sterke daling op van de emissies van fijn stof bij houtverbranding. Zie onderstaande tabel (de waarden worden hier uitgedrukt in mg/Nm3).

in Duitsland moeten pelletketels vanaf 01.01.2015 onder 20 mg/Nm3 blijven voor de uitstoot van fijn stof, voor pelletkachels is de grens 30. De huidige toestellen voldoen meestal nog zonder problemen aan deze waarden.

Verdere ontwikkelingen op het vlak van pellets

Bij de producenten van pelletkachels en pelletketels wordt verder onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de uitstoot van fijn stof verder te verlagen. Daarbij wordt niet alleen aandacht gegeven aan de normale werking - waarbij de uitstoot al behoorlijk laag is - maar ook aan de start van de installatie, waar de uitstoot hoger is dan wanneer het systeem op temperatuur is.

Aspecten die hierin meespelen zijn:

  • de afmetingen van de pellets;
  • de manier waarop de pellets toegevoerd worden;
  • de vorm van de verbrandingskamer;
  • de luchttoevoer naar de verbranding: deze is onderverdeeld in primaire en secundaire luchtstroom.

Zo wordt onderzocht of bij de opstart van de installatie de uitstoot van fijn stof verlaagd kan worden door bijvoorbeeld de pellets te vermalen voor de verbranding, of door de verhouding primaire/secundaire lucht te wijzigen.

Ook zou, indien nodig, nog een filtering van de rookgassen kunnen gebeuren. Voor de kleine installaties, die voor huishoudelijk gebruik worden ingezet, is dat echter een dure ingreep.

Bronnen