Kleine waterkracht

Image De zon is de drijvende kracht achter het ontstaan van de neerslag, die bronnen en uiteindelijk de waterlopen voedt. De energie-opwekking uit water hangt af van het verval (H = hoogteverschil) en het debiet (Q = hoeveelheid water). Water zorgt voor drijfkracht die een waterrad of een waterturbine doet draaien. Al meer dan 2000 jaar gebruikt de mens in onze streken waterkracht om zijn arbeid te verlichten. Stelselmatig werd elke mogelijkheid op onze waterlopen benut. Zo telde Vlaanderen bij het begin van de industriële revolutie meer dan 700 watermolens. Ze kenden tot dan de meest uiteenlopende toepassingen: als houtzagerij, maalderij, olieslagerij, wolvollerij,...

De watermolens werden vanaf de 19e eeuw vaak de kern van een industrieel bedrijf met stoommachines, armgasmotoren, dieselmotoren en uiteindelijk elektrische motoren. De kracht van het water bleef ook na de opkomst van de elektriciteit nuttig. Het mechanische vermogen kon men immers omzetten tot de vlot transporteerbare elektriciteit. De waterraderen werden begin 20e eeuw soms vervangen door waterturbines omwille van het hogere rendement.

Met een kleine waterkrachtinstallatie (KWC) wordt een installatie aangeduid waarbij potentiële energie, aanwezig in een waterloop wordt omgezet naar elektrische energie bij een netto vermogen minder dan 10 MW. Die grens van 10 MW is vrij arbitrair. Hij is bedoeld om een onderscheid te maken met installaties die gekenmerkt worden door grote ingrepen in de waterloop, meer bepaald het plaatsen van een stuwdam met vorming van een stuwmeer. Het hoofdkenmerk van een kleine waterkrachtinstallatie is dat de ingreep op de waterloop, nodig om de energie om te zetten, beperkt blijft. Bij een typische installatie wordt een stuw in de waterloop geplaatst. Een gedeelte van het water wordt naast de stuw geleid naar een waterwiel of turbine die aangedreven wordt door het water. Veelal staat deze installatie direct naast de stuw en gebeurt de omleiding van het water alleen lokaal. In andere gevallen staat de installatie afwaarts van de stuw en is er een min of meer lang toevoerkanaal naar de waterkrachtcentrale.

Essentieel in alle gevallen is dat de waterloop weinig gewijzigd wordt, zodat er geen grote gevolgen zijn voor de natuur in de omgeving van de waterloop. In die optiek zijn er in België bijna enkel kleine waterkrachtcentrales.

Op de website van ANRE vind je een brochure over kleine waterkracht van de hand van Ecopower-bestuurder Dirk Vansintjan.
http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/economie/energiesparen/doc/brochure_kleine_waterkracht.pdf

VEA (het Vlaams Energieagentschap) heeft in samenwerking met Ecopower ook een filmpje gemaakt over kleine waterkracht. U kan dit bekijken op: http://www.youtube.com/watch?v=EIYkQQCEaDo